Kennismaking  

Krimp

Na een opleving zien we de economische groei wereldwijd haperen. Het doet denken aan een soufflé die je langzaam in elkaar ziet zakken. Dat is ook de reden om het deflatiescenario weer uit de kast te halen. En dan moeten we het komend weekend niet alleen Griekenland, maar heel Euroland gaan redden.

Eurotop
Tijdens de Europese top van zondag zullen Duitsland en Frankrijk het voortouw moeten nemen bij de totstandbrenging van een akkoord over zowel Griekenland als ook over de rol die de Europese Financiële Stabiliteits Faciliteit (EFSF) zal vervullen. Maar die twee landen zijn het niet met elkaar eens. Duitsland eist harde, concrete maatregelen, Frankrijk wil herstructureren op basis van vrijwilligheid. Het Franse standpunt wordt weer gedeeld door de ECB en de banken. Griekenland moet haar schuld op een ordentelijke manier kunnen herstructureren of het zal in chaos overgaan tot wanbetaling. Mogelijk zal het de euro op termijn in haar val meesleuren.

Vergelijk de Griekse reddingsoperatie met een akte in een toneelspel. In de coulissen staan Italië en Spanje te wachten, de derde en vierde economie in Europa. Hun beider schuld is te groot om door de overige lidstaten gedragen te worden. De eerste akte van het tweede bedrijf staat op het punt van beginnen. Gauw genoeg zal blijken of het Griekse drama een klucht is die zal uitmonden in een tragedie.

Dalende prijzen
Dalende huizenprijzen in Nederland, prijzen van Spaans vastgoed die nog verder blijken te kunnen zakken; onderdekking bij de pensioenfondsen, aangekondigde kortingen op pensioenen; zakkend consumentenvertrouwen, hogere werkloosheid;  en dat alles onder het toeziend oog van de ratingbureaus die bijna geen dag voorbij laten gaan om een Europees land of een Europese bank een downgrade om zijn oren te geven.

Minder is niet goed. Minder kan duiden op een woord dat we liever niet tegenkomen: deflatie. Het probleem met deflatie is dat we er ons maar moeilijk iets bij kunnen voorstellen. Dit omdat we al decennia lang in een wereld van inflatie leven. Inflatie maakt het leven overzichtelijk. Elk jaar stijgen de prijzen van goederen en diensten, maar ook de hoogte van onze salarissen en de prijzen van onze huizen. Zolang beide kanten maar gelijk oplopen is er niets aan de hand. Sterker nog, als je door promotie of verandering van baan het inkomen een sprongetje ziet maken, loop je vooruit op de stijging van de prijzen. Je koopkracht neemt toe. En als dan blijkt dat de waarde van je huis harder gestegen is dan de inflatie, kan je dag helemaal niet meer stuk.

Dus lang leve inflatie. En er is meer goed nieuws. Terwijl alles in prijs omhoog gaat, loopt ondertussen ook nog eens de waarde van je schuld terug. Een voorbeeld. Je koopt een huis van drie ton met een volledige hypotheek erop; de waarde van het huis stijgt in de jaren daarop naar een half miljoen, terwijl de hoogte van de hypotheekschuld dezelfde is. Netto groeit dan het vermogen.

Deflatie zet dit hele schema op zijn kop. Lagere lonen, lagere pensioenen, lagere prijzen van goederen, gelijkblijvende schuld. De prijs van je huis daalt ondertussen mee. En op dat moment moet je, om welke reden dan ook, je huis verkopen. De makelaar taxeert dat huis op twee en een halve ton, dus vijftigduizend euro minder dat je ervoor betaald hebt. Je aflossingvrije hypotheek blijft staan op drie ton. Dan resteert er een ‘probleem’ van vijftigduizend euro. Kortom, de ‘zegen’ die schuld kan zijn in een inflatoire wereld verandert in de spreekwoordelijk molensteen om je nek bij deflatie.

Analyse
De kredietwaardigheid van banken en overheden staat onder druk en wat doen de markten? Ze besluiten om nog meer overheidsschuld op te kopen en de banken te steunen. De onderliggende problemen zijn daarmee niet verdwenen, zoals daar zijn: monetaire stimuli die geen effect hebben, een private sector die het af laat weten en geruïneerde balansen bij de banken. En lag de kern van de kredietcrisis in 2008 nog bij diezelfde banken, nu ligt de hete aardappel op het bordje van de regeringen. Zij zullen hun tientallen miljarden kostende steunoperaties en garantstellingen de komende jaren af gaan wentelen op de belastingbetaler.

Het proces van schuldafbouw door overheden, bedrijven en huishoudens is wat de Japanse econoom Richard Koo een balansrecessie noemt. De kredietverlening en investeringen staan op een laag pitje. Dit is onder meer zichtbaar in de dalende prijzen van het vastgoed. In het commerciële vastgoed staan miljoenen vierkante meters leeg. In de particuliere sector heeft de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting niet het gewenste effect en zit de huizenmarkt volledig op slot.
In wat wel gezien wordt als de klassieke reddingboei voor de wereldeconomie, China, is de toestand niet veel beter. In de Chinese vastgoedmarkt is de angst voor dalende prijzen merkbaar in gekelderde aandelenkoersen en fors lagere obligaties van vastgoedondernemingen. Chinese vastgoedaandelen staan dit jaar 40% lager. Chinese projectontwikkelaars hebben de laatste jaren voor 19 miljard dollar aan obligatieleningen uitgeschreven. De koersen van deze obligaties zijn alleen de laatste twee maanden al met gemiddeld 22 procent gedaald, waarmee het rendement in sommige leningen boven de 20% is aangekomen.
De parallel met Japan dring zich wederom op. In Japan duurde het vijftien jaar voordat de balansrecessie voorbij was. En dat land is er nog niet bovenop. In de V.S. en Europa gaan de overheden gewoon door met het bedenken van nieuwe stimuleringsmaatregelen. Het werkt alleen niet. Je kunt mensen niet dwingen om geld uit te geven. Hierdoor loopt de economische groei weer terug. Het vormt het bewijs dat de centrale bankiers absoluut niet in staat zijn de economie aan te zwengelen.

Conclusies
Welke conclusies kunnen we uit al deze misère trekken? De rente zal de komende tijd laag blijven. De consument zal in zijn inkomen getroffen worden. Het vermogen van de burger zal niet groeien. Dat geldt ook voor het rendement op het vermogen. Ga uit van vermogensbehoud in plaats van vermogensgroei. Er zal extra risico genomen moeten worden om enig rendement op investeringen te krijgen.

Advies
Beleg in bedrijfsobligaties met een looptijd van maximaal zes jaar, het liefst korter. Breng valutaire spreiding binnen obligaties aan; kijk naar obligaties in Noorse kronen, Canadese dollars of Chinese Yuans. Neem beleggingsfondsen kritisch onder de loep; vanwege de spreiding in tientallen fondsen is het vaak ondoenlijk om een beeld te krijgen van de kwaliteit van de individuele titels. Kies aandelen van bedrijven die een constante kasstroom genereren; saai maar degelijk. Ook krijg ik met enige regelmaat de vraag gesteld hoe ik over een investering in goud en zilver denk. In algemene zin kan ik hierover het volgende melden: Goud en zilver zijn geen belegging maar een verzekering. Het edelmetaal levert geen rendement op, sterker nog, het kost geld om het te bewaren terwijl je in de tussentijd rente derft. Echter, als je denkt dat het geld in de portemonnee straks goed is om confetti van te maken, koop dan goud en zilver.

Emissiekalender
Telefonica, de Spaande telecommer, kwam met een lening met lange 4-jarige looptijd (4 jaar en 4 maanden om precies te zijn), rendement 4,9%. Stukken van 100.000 euro. Enel, het Italiaanse energiebedrijf, bracht twee leningen tegelijk naar de markt: een met een looptijd van 3 jaar en 8 maanden, rendement circa 4,9%; en een met een 7-jarige looptijd, rendement circa 6%. Stukken vanaf 100.000 euro, daarna per 1.000 euro. Tot slot een 10-jarige Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) op een rendement van 3,18%, stukken van 1.000 euro. Overige leningen als vanouds op de emissiekalender.

Boer & Olij
Personen & E-mail
Officiële Registraties
Adres & Route
Institutioneel
Institutional Sales
Commissionair in Effecten
Gelden & Effecten
Company Presentation
Particulier
Financiele zorgverzekering
Focusportefeuille
Gelden & Effecten
Bedrijfspresentatie
Publiciteit
Actueel
Pers & Downloads
Links & Literatuur
Columns