![]() |
![]() |
|
| Een portret van Ierland als EU-lid Zelfs wij krijgen de afgelopen dagen de vraag voorgelegd of het niet eens tijd wordt om voor ‘een kleinigheidje’ in Ierse staatsleningen te beleggen. Ons antwoord is hetzelfde als we destijds bij Grieks staatspapier gaven: “Doen, maar dan wel voor eigen rekening en risico, want wij zullen er met een wijde boog omheen lopen.” Het probleem dat momenteel in de eurozone heerst, is niet dat van de euro, maar dat van de solvabiliteit. Of anders gezegd: het schuldprobleem. Sommige EU-landen hebben gewoonweg te veel schuld, die ze niet meer terug kunnen betalen. Het stabiliteitsfonds, waarin wij, de burgers van Euroland, 750 miljard euro hebben gestort om onze zwakke broeders te hulp schieten, werkt niet. En dat terwijl het fonds nog niet eens is volgestort om het, ten behoeve van de goede zaak, aan onze zwakke broeders uit te lenen. Want intern is het gekrakeel om de probleemlanden te helpen al begonnen. Zoals we nu in Ierland zien, is het tekort ten opzichte van het bruto nationaal product voor dit jaar opgelopen naar 30%. Daar kom je met de huidige stand van en verwachting voor de Europese economie niet meer uit. Er zal lang geld naar de Ieren toe moeten. Met de kans dat er straks een tweede, nog grotere storting in het stabiliteitsfonds gevraagd wordt. Sommige rijke landen hebben al bekend gemaakt dat ze geen zin hebben om over de ruggen van hun burgers nog meer geld die kant op te sturen. Daarbovenop strooit de EU bij monde van diverse politici al met nieuwe garanties op overheidsschuld. We dekken alles wel, zo is de impliciete boodschap. Politieke garantie Dat mechanisme hebben we al eens eerder uit de doeken gedaan. Je denkt dat je tweejarige Ierse staatsleningen tegen 100% in de boeken hebt en plotseling lees je in de krant dat de Ierse overheid per decreet heeft afgekondigd dat de hoofdsom niet tegen 100%, maar tegen 70% of 60% aflost. Of dat de looptijd van alle leningen met een looptijd van twee jaar naar vijfentwintig jaar wordt opgetrokken. “O, dat wist ik niet,” roept de argeloze belegger dan. Maar die zit wel met de gebakken peren. Uit de euro Dit scenario geldt overigens niet alleen voor Ierland maar vrijwel voor alle landen binnen het euroblok. Er zijn slechts twee landen die het zich kunnen veroorloven om uit de euro te stappen: Duitsland en Nederland – de sterksten. Maar dan klapt de hele euro uit elkaar, is het weer ieder voor zich en zijn we terug waar we tien jaar geleden zijn begonnen. Daarom moeten er pijnlijke maatregelen volgen. Afstempelen dus, schuldsanering. Dat systeem kennen we in Nederland al voor particulieren die veel te diep in de schuld zitten. En hoe schrijnend ook, het werkt wel. Voor landen is er geen andere uitweg. Onze eigen minister van Financiën, Jan Kees de Jager, heeft al laten vallen dat er geen geld van Nederland naar probleemlanden vloeit zonder dat het IMF te hulp schiet, en die opvatting juichen wij toe. De Ieren staan niet te trappelen om zich onder curatele te stellen van het IMF, omdat dit allerlei bemoeienis van buitenaf als consequentie heeft. De onafhankelijke Ieren zitten daar niet op te wachten. Te groot risico Wie toch wat wil, kan beter grasduinen in de wondere wereld van de bedrijfsobligaties. Veel van deze leningen vindt u traditiegetrouw op onze emissiekalender.
|
||