Van winst nemen…
Het is een klassieker onder de beleggingsadviezen: Van winst nemen is nog nooit iemand armer geworden. Dat klopt, maar je wordt er ook niet rijker van. Die laatste wijsheid is mij ooit ingepeperd door de grootste opponent van winst nemen, Warren Buffett, en zijn beleggingsresultaat kennen we.
In een aankondiging van het jongste dft-seminar op internet werd door een van de presentatoren in een goeroe-bijdrage alvast het vooradvies gegeven om langlopende obligaties te verkopen en een positie in te nemen in vastgoed. Het wordt tijd om afscheid te nemen, zo stelde hij. Nu is een verkoopadvies om uit langlopende obligaties te stappen misschien op technische gronden voorstelbaar, maar wie uitgaat van een langdurige periode van lage rente (ofwel het ‘Japan-scenario’) mag gerust in langlopend papier blijven zitten.
Geen vrolijke cijfers
Als niet ingewijde in de edele kunst van het grafieken lezen zal ik het moeten doen met wat er overblijft, namelijk het interpreteren van fundamentele data. Die stemmen niet vrolijk: een terugval van de vraag in de bouwsector, diverse ‘te huur’ bordjes op de gevels van kantoorpanden, niet alleen bij ons in de straat, en commercieel vastgoed dat onder de kostprijs rendeert. Zelf heb ik dan ook mijn twijfels om mijn obligaties te ruilen voor bakstenen. De tijd zal het leren, maar ik heb in dit klimaat meer vertrouwen in de doortikkende coupon op mijn bondjes dan in de solvabiliteit van een huurder.
Dopamine
Daarbij borrelen er nog gevaren van menselijke aard naar de oppervlakte. Winst nemen betekent dat er weer geld op de rekening staat en dat lokt hetzelfde gedrag uit als in het casino. Het positieve resultaat van de zojuist van tafel gehaalde fiches smaakt naar meer. Winnen zorgt voor de aanmaak van dopamine, een stofje in de hersenen dat overmoedig maakt en waardoor de speler onverantwoorde risico’s begint te nemen. Zo ook op de beurs. Het gewonnen geld schreeuwt erom opnieuw ingezet te worden, want dopamine is verslavend. Waar het gezonde verstand zou moeten zegevieren, nemen emoties de overhand en de afloop daarvan is bekend.
Goede alternatieven
Twee weken terug liet mijn collega Willem van Baarle in zijn column weten een zacht belletje te horen rinkelen als mogelijk teken dat de hoogste koersen voor de eerste klas Europese staatsleningen zo goed als waren bereikt. Een mooi moment om even uit te stappen, zo vond hij toen. Hij werd op zijn wenken bediend. In de laatste dagen van augustus en de eerste dagen van september was er inderdaad sprake van duidelijk lagere koersen. De afgelopen dagen zagen we echter weer een ander beeld. Per saldo zitten we met de rente dus nog steeds in de buurt van de eerder bereikte laagterecords. Daarnaast dient u te bedenken dat Willem voornamelijk institutionele beleggers van dienst is. In die professionele markt spelen transactiekosten een ondergeschikte rol. Voor particulieren kan de kostenfactor wel degelijk meewegen om niet op de korte termijn te handelen.


Ruilingen
Voor wie nu toch denkt dat de verkoop in langlopende staatsleningen een goede zaak is, zijn de volgende alternatieven het overwegen waard. Allereerst de vorige week behandelde 10 x 10% perp ASR Nederland op 111%. Van mindere garnituur, want afkomstig uit de minder solvabele banksector, komen we terecht bij vergelijkbare kandidaten als de Franse bank BPCE of onze eigen Hollandse SNS Bank. BPCE, in omvang de tweede bank van Frankrijk, kwam eind juli tot stand door een fusie tussen Banque Fédérale des Banques Populaires en Caisse Nationale des Caisses d’Epargne. BPCE heeft een perpetual uitstaan met een 9,25% coupon, koers 100,50%. De SNS betaalt op de uitstaande perpetual maar liefst 11,25% tot en met 2019, koers 100,75%, maar wel met een minimuminleg vanaf 50.000 euro.
Hoe dan ook, de ruil geschiedt aan de kant van de verkoop van de staatsleningen voor veel beleggers in elk geval met een mooie winst, en van winst nemen...
|