 |
|
Historisch lage rente
Een obligatie met een looptijd van 10 jaar geeft momenteel een rendement van 2,57%. Daarmee zijn we terug naar het niveau van de achttiende eeuw, toen de rente op 2,5% stond. Alleen de VOC kon met nog lagere rentes toe. Dat laatste gegeven is trouwens extra toepasselijk omdat we live getuige zijn van Sail 2010 – ons kantoor bevindt zich direct aan de IJhaven waar we de tallships de komende dagen kunnen bewonderen.
Met die rentestand lezen we steeds vaker dat de rente een historisch dieptepunt heeft bereikt en dat de bodem bereikt is. Of dat zo is, valt te bediscussiëren. In de Financial Times stond onlangs een interessant artikel. In het artikel stelt de Amerikaanse vermogensbeheerder Vanguard zich de vraag of er een zeepbel in obligaties aan het ontstaan is. Omdat obligatiekoersen tegengesteld bewegen aan het rendement, zorgt dat lage rendement voor fors hogere koersen. Dat is nog het best zichtbaar in langlopende obligaties, die het sterkst op renteveranderingen reageren. En wat hard omhoog gaat, kan ook weer hard omlaag, zo redeneren beleggers.

Behoud van kapitaal
Dus, zo stelt Vanguard, waarom zou een belegger nu nog obligaties kopen met een dollarrendement van minder dan 2% en daarmee een gigantisch koersrisico lopen op het moment dat de rente weer gaat stijgen. Hun antwoord? Behoud van kapitaal! Zelfs al zou de rente een flinke sprong omhoog maken, dan kunnen beleggers in obligaties hun ontvangen coupons ook weer herinvesteren tegen die hoge rente. Volgens de berekening van Vanguard maken ze na vijf jaar dan toch nog een rendement van 2,5% op jaarbasis, ondanks het koersverlies op de portefeuille.
Hun natuurlijke tegenhangers, beleggers in aandelen, kunnen daarentegen veel grotere dalingen voor hun kiezen krijgen, waarbij het herstel ook nog eens lang op zich kan laten wachten. Veel lezers zullen het niet in hun herinnering hebben, maar de Dow Jones Industrials kwam tussen 1965 en 1982 nauwelijks van zijn plaats. Zeventien jaar nul rendement op aandelen. Vooruit dan, een dividendrendement van een paar procent. Maar toegegeven, voor beleggers in obligaties waren vastrentende waarden in de inflationaire jaren 70 ook niet de ideale schuilplaats.
Volgens Vanguard spelen beleggers met hun keuze voor laagrenderende obligaties gewoon op safe. Het gevaar voor hen ligt voornamelijk verscholen in opdoemende inflatie, de voorbode van een stijgende rente. Twee of drie procent rendement lijkt onvoldoende compensatie voor dat risico, tenzij het ver weg is. Dat is nu het geval met inflatiedempers als gaten in de overheidsbegrotingen en schuldafbouw bij particulieren en bedrijven.
Deze contraire theorie geeft de belegger in obligaties weer moed. Een blijvend lage rente zorgt in elk geval voor rente-inkomsten uit coupons met als zekerheid behoud van kapitaal. Dat is tenminste een basis. Of die veiligheid bij aandelen ligt, zal moeten blijken. Het veelgehoorde argument van dividend als alternatief voor een coupon kan schijnveiligheid bieden. Dalende bedrijfswinsten betekent in de regel dalende dividenden.
6,5% NWB 2035
In mijn vorige column is de 6,5% steepener van de Nederlandse Waterschapsbank per 2035 ter sprake gekomen. Het ging toen om de bepaling van de nieuwe rente, die per 15 augustus zou gelden. Die rente was weer afhankelijk van de spread tussen de 10-2jaars rente. Ruim twee weken geleden, op 5 augustus dus, stond die spread nog op 1,737%. Daaruit liet zich een rendement volgens de regels van de steepener (4 x 10-2jaars rente) berekenen van 6,948%.
Uiteindelijk is de spread vastgesteld op 1,399%, waarmee de coupon voor het komende jaar 5,596% zal bedragen. Een koper die de steepener vandaag koopt op 90,30%, krijgt een couponrendement van 5,596% : 90,30% = 6,2%. De daling van het rendement van 6,948% naar 6,2% in tien dagen tijd geeft nog maar eens aan hoe snel de rente aan het dalen is. Dat komt voornamelijk op het conto van de 10jaars rente. De 2jaars rente staat al zo ongeveer op nul en daar kan weinig meer af.
|