 |
|
De Griekse tragedie
De financiële markten waren net herstellende van het drama in Dubai of de volgende stressbestendigheidproef diende zich alweer aan. Ditmaal in de vorm van imploderende koersen van Griekse staatsobligaties. Natuurlijk was al lang bekend dat het land van de Griekse goden het niet al te ruim neemt met de budgetafspraken die ooit gemaakt zijn binnen de Eurozone. Maar de opbouw van een schuldpositie naar 200 procent van het Bruto Nationaal Product zonder echte concrete vooruitzichten op verbetering is toch een getal om van te schrikken.
Ratingbureau Fitch was de eerste om zijn rating, ofwel zijn ‘rapportcijfer’, op de Griekse staatsschuld te verlagen naar BBB+ en zowel Moody’s als S&P kondigden aan waarschijnlijk soortgelijke stappen te gaan ondernemen. Een dergelijk ‘rapportcijfer’ voor staatsobligaties is voor een land uit het euro-gebied uitzonderlijk laag. Als euro-land ben je dan min of meer aan de schandpaal genageld. Een concreet en erg naar gevolg deze lagere ratings is dat vele grote beleggers, zoals diverse pensioenfondsen, deze obligaties niet meer mogen aanhouden en moeten verkopen. Bovendien zullen Europese banken op termijn Griekse obligaties niet langer meer kunnen benutten als onderpand voor krediet bij de ECB, de Europese Centrale Bank.

De obligatiemarkt was dan ook “klaar” met het Griekse verhaal. De Griekse staatsobligaties gingen massaal in de uitverkoop. Dat resulteerde in een koersduik van 5 procent (!!) voor 10 jarig Grieks staatspapier. Dat kwam daardoor op een rendement van 5.60 procent. Ook andere zuidelijke landen als Portugal, Spanje en Italie kregen last van afnemend vertrouwen. Met alle negatieve gevolgen van dien voor het door die landen uitgegeven staatspapier. het om obligaties gaat die nog een paar jaar te gaan hebben.

Zoals vaak het geval bij verkooppaniek in een deel van de markt vlucht het vrijkomende geld in de veilige vluchthaven van Duits staatspapier. Het rendement op de Duitse obligaties met een looptijd van 10 jaar daalde daardoor tot het bijna historisch lage niveau van tegen de 3.05 procent. Het renteverschil tussen Griekenland en Duitsland liep daarmee op tot 2.55 procentpunt. Een dramatisch groot verschil. Lang leve de Eurozone!!. Ook de Nederlandse staatsobligaties konden een graantje meepikken van de ‘vlucht naar veiligheid’. Door de wat hogere koersen liep het rendement op 10-jarig Nederlands staatspapier terug tot 3.40%.
Op het emissiefront van bedrijfsleningen bleef het deze week erg rustig, de Franse cementmaker Lafarge (BBB+) kwam met een 10 jarige lening van waarop een rendement werd geboden van 5.63 procent. Lafarge kon daarmee 750 miljoen binnenslepen.
Ook de Deense energieverzorger Dong Energy (A-) liet zich zien met 7 en 12 jarige leningen. Met het geboden rendement van 4.00% resp 4.90 procent haalde het bedrijf 1 miljard binnen.
Zie ook onze emissiekalender.
De Nederlandse staat heeft voor dit jaar zijn financieringsbehoefte reeds gedekt. Het Agentschap van het ministerie van Financiën, dat namens de minister onder meer verantwoordelijk is voor het uitzetten van staatspapier, kon op dit punt de agenda voor 2009 dan ook reeds sluiten.
Vandaag (vrijdag) wordt het programma met de plannen voor volgend jaar gepresenteerd. Dat zal ongetwijfeld een uitdagend jaar worden voor de dames en heren van het Agentschap. Met name om de sterk gestegen overheidstekorten als gevolg van de financiële crisis scherp gefinancierd te krijgen. Nederland is immers niet het enige euroland dat een zwaar beroep op de geld- en kapitaalmarkt zal moeten doen. Ook de andere Europese lidstaten zullen tientallen miljarden extra geld moeten ophalen. Dus dat wordt dringen.
Volgende week zullen wij nader ingaan op de plannen voor 2010 van de Nederlandse overheid op de kapitaalmarkt.
Aanvulling d.d. 14 december 2009
Nederlandse Staat mikt op dollarvoordeeltje
Het Agentschap Ministerie van Financiën heeft de afgelopen vrijdag, bij monde van de Agent Erik Wilders, zijn vooruitblik voor 2010 aan ons bekendgemaakt met de presentatie van de financieringsbehoefte van Minister Bos van Financiën op de geld en kapitaalmarkt.
Het eerste opvallende feit was dat zowel de EC als het IMF hun groeiverwachtingen van ons Bruto Nationaal Product (BNP) over 2010 in de loop van dit jaar zwaar naar boven hebben bijgesteld. Rekende de EC in mei van dit jaar nog op een negatieve ontwikkeling van ons BNP 2010 van -0.4 procent , november j.l werd dit naar +0,3procent bijgesteld. Het IMF dat in april 2009 nog uitging van een krimp van -0,7 procent stelde dit in oktober zelf bij naar een groei van +0,7 procent welke visie werd gedeeld door de OECD. Voor 2010 wordt een werkeloosheidpercentage van 5,4 procent verwacht wat afgezet tegen een gemiddelde van 10,7 procent in de Eurozone geen slecht getal is.
De hoeveelheid schuld die Nederland staat heeft ten opzicht van wat wij allen bij elkaar verdienen (schuld versus BNP) zal eind 2009 60 procent bedragen en in 2010 zelfs op 66 procent uitkomen. Even voor de goede orde, in 1993 werd een piek bereikt van 80 procent. Tegenover deze groeiende schuldenberg was het positieve feit te melden dat als gevolg van terugbetalingen van staatssteun door Aegon, Fortis en ING de zogenoemde cashbalance als saldo van wat er aan geld binnenkomt en er weer uitgaat over 2009 positief is.
Kijken we nu naar het beroep wat de overheid op geld en kapitaalmarkt gaat doen in 2010, dan zien we het volgende plaatje:
| Aflossingen van staatsleningen in 2010 |
|
23,3 miljard |
| Korte schuld in de geldmarkt eind 2009 |
|
60,0 miljard |
| Verwacht tekort cashbalance 2010 |
|
33,6 miljard |
| Totaal beroep op geld en kapitaalmarkt |
|
116,9 miljard |
| Korte schuld in de geldmarkt per 2010 |
|
66,9 miljard |
| Beroep op kapitaalmarkt in 2010 |
|
50,0 miljard |
US dollar lening
We zullen de Nederlandse overheid dus voor ongeveer 50 miljard euro aan staatsleningen zien uitgeven in 2010, waarbij naast de bekende leningen met 3 en 10 jaars looptijd er in 2010 ook een nieuwe 30 jarige lening wordt uitgegeven. Opmerkelijk is tevens dat wij Nederlanders in 2010 in US dollars gaan lenen. Voor de Nederlandse staat een novum in normale tijden. Onze staatsschuld wordt immers in euro’s genoteerd. Het Agentschap Ministerie van Financien heeft echter als een van de taken om zo goedkoop mogelijk geld aan te trekken. Momenteel maken de op de financiële markten het ook voor Nederlandse Staat mogelijk om tegen relatief weinig kosten het valutarisico in US dollars af te dekken. In US dollars opgenomen leningen kunnen daardoor risicoloos worden omgeruild in euro’s waardoor op basis van de huidige verhoudingen 0,20 procent op het rentetarief valt besparen. In deze moeilijke tijden is alles meegenomen. Dus ook een dollarvoordeeltje.
|